Danisha haar gezin is als een doorlopende soapopera

Danisha is de op één na oudste dochter van een gezin dat mijn collega’s en ik al jaren kennen als een doorlopende soapopera met vele bedrijven. Het is een komen en gaan van (stief)vaders, overzeese familie en ander volk; het is ook een komen en gaan van hulpverleners op allerlei gebied. En het is een komen van baby’s.

De inmiddels 6 kinderen van 4 verschillende vaders worden met weinig geld, maar met veel liefde en de nodige professionele hulp eromheen grootgebracht. Zo goed en zo kwaad als het gaat wordt het reilen en zeilen in dit gezin ondersteund waar nodig. Danisha zit al in de brugklas van de hoge school zoals moeder het noemt, en ziet er goed verzorgd uit als ze bij me komt voor het gesprek.

Danisha is haar moeders steun en toeverlaat

Ze is een vrolijke dame die goed in haar vel lijkt te zitten. Met glitternagels plukt ze aan haar vlechtjes terwijl ik even in haar dossier kijk. Sinds de vorige keer dat ik haar zag, in groep 7, is ze weer een broertje en een ex-stiefvader rijker. Ze lacht erom. ‘Die laatste vond ik niet aardig. Hij deed nooit iets, maar was wel altijd boos op ons.’ Haar moeder draagt ze daarentegen op handen. Zij is de rots in de branding.

Danisha kijkt trots als ze over haar moeder praat. Vanzelfsprekend is zij als één na oudste haar moeders steun en toeverlaat, samen met haar oudere zus. Nou ja, niet altijd hoor. De dames zitten op streetdance, dankzij het sportfonds. En ze gaat nog altijd graag met vriendinnen naar buiten. Gespeeld wordt er natuurlijk al lang niet meer; er wordt gehangen. Het is thuis ook wel erg klein en vol. Ik ben benieuwd naar welke hulp er op dit moment over de vloer komt.

Niet lullen maar poetsen: dáár word je groot van.

‘Nee hoor’, zegt Danisha stellig. ‘Wij krijgen geen hulp!’

‘Hulp? Nee hoor, wij hebben geen hulp. Nooit gehad’, zegt ze stellig. Verbaasd kijk ik nog eens in haar dossier, en noem een naam van iemand uit het wijkteam. ‘Mevrouw die-en-die, die kwam vorig jaar bij jullie, staat hier. Komt die niet meer?’ Danisha kijkt me aan alsof ik nu iets heel doms heb gezegd. ‘Die komt nooit helpen, die komt altijd alleen maar praten met mijn moeder. En naar papieren kijken. Verder doet ze niks. Mijn zus en ik, wij helpen. Ik kan al koken.’ Weer die trotse blik. Ze schudt haar vlechtjes naar achteren.

Ik leer elke dag weer bij. Praten is geen helpen in de ogen van dit dametje, dat al doende van haar moeder leert aanpakken. Niet lullen maar poetsen: dáár word je groot van.

Praten met een brugklasser

Het CJG volgt ieder kind, vanaf de geboorte tot het jaar waarin het 18 wordt. Onderdeel hiervan is een gesprek dat de jeugdverpleegkundige op school heeft met iedere brugklasser: hoe gaat het, zowel geestelijk, lichamelijk als sociaal? In de serie ‘Praten met een brugklasser’ vertelt jeugdverpleegkundige Tita van der Pot over deze gesprekken die zij al 9 jaar geregeld voert. Haar ervaringen zijn geanonimiseerd.

Eerder gepubliceerde blogs