Van Kerstmis naar ramadan: bekeerd tot de islam

Rhiana Garritsen is jeugdarts bij het Centrum voor Jeugd en Gezin. Zij is getrouwd en heeft een dochter van 3 jaar en een zoon van 5 maanden. Met haar Nederlandse nationaliteit en vrije opvoeding zonder geloofsovertuiging heeft zij er 5 jaar geleden voor gekozen om zich te bekeren tot de islam.

Waarom ben je bekeerd tot de islam?

‘In mijn pubertijd had ik al het idee dat ik iets miste. Ik ben me gaan verdiepen in verschillende geloven als het christendom, jodendom, boeddhisme en hindoeïsme. Elk geloof had wel iets dat mij aansprak, maar geen van allen hebben mij echt overtuigd. Toen ben ik gaan studeren en heb ik het even laten rusten.
Na mijn afstuderen ben ik gaan werken. Een collega van mij was moslim. Hij heeft mij verteld over de islam en raadde mij aan om de Koran door te lezen. Op zijn advies ben ik daar zo blanco mogelijk ingegaan. Het was zo boeiend dat ik hem in 3 weken uit heb gelezen! Dit geloof paste gewoon heel goed bij me. Het voelde echt als thuiskomen. Tegelijkertijd was dit ook een hele schokkende ontdekking. Waarom dit en hoe nu verder? Ik heb alles even aan de kant geschoven en ben een half jaar naar het buitenland vertrokken. Het bleef me toch bezighouden. Na er lang over gedubd en gesproken te hebben, heb ik de knoop doorgehakt. Ik wist het zeker: ik wilde moslim worden.’

Het voelde echt als thuiskomen.

Wat voor impact heeft dit op jou en je gezin gehad?

“Van begin af aan voelde ik me thuis. Ik werd meteen warm onthaald en geaccepteerd door andere moslims.
Met mijn ouders heb ik een hele goede band. Zij respecteerden mijn besluit vrijwel meteen en hebben niet geoordeeld. Ze hebben me echt gesteund.
De collega die mij vertelde over de islam, is nu mijn man. Gaandeweg zijn we verliefd geworden en getrouwd. Inmiddels zijn we 5 jaar verder en hebben we 2 kinderen.’

Hoe voed jij je kinderen nu op?

‘We wonen in Nederland, ik vind dat ze daar ook alles van mee moeten krijgen. Thuis praten we gewoon Nederlands. Zelf kan ik een klein beetje Arabisch en dit wil ik mijn kinderen op latere leeftijd ook leren. De feestdagen probeer ik zo veel mogelijk te scheiden. Hollandse feestdagen vieren we met mijn ouders, islamitische feestdagen vieren we met mijn schoonouders. Mijn zoon krijgt er nog niet veel van mee, maar mijn dochter begrijpt het al best goed en kan de verschillen onderscheiden. Ze weet dat mijn schoonouders wel aan de ramadan doen maar geen kerst vieren en andersom geldt dat voor mijn ouders. Dat vindt ze dan zielig voor de opa’s en oma’s, dat ze elkaars feestdagen niet vieren. Zij viert ze wel allemaal!’

Het is nu ramadan, hoe gaat dat er aan toe bij jullie?

‘Zoals veel mensen in Nederland elk jaar uitkijken naar Kerstmis, kijken mijn gezin en ik uit naar de ramadan. We leven er naartoe. Ik kan wel zeggen dat ik nu tijdens de ramadan een soort kerstgevoel heb.
Mijn dochter begint nu vragen te stellen en wil ook meedoen aan de ramadan. Dat vind ik nog te vroeg. Vanaf een jaar of 6 wil ik mijn kinderen – als ze het zelf ook willen – proberen om spelenderwijs mee te laten vasten. Ik probeer mijn dochter nu wel overal bij te betrekken. Zo hebben we bijvoorbeeld samen een adventskalender geknutseld die aftelt naar het Suikerfeest. Iedere dag bevat een cadeautje, een weetje over de ramadan en een opdracht waarbij ze iets goeds moet doen. Bijvoorbeeld water buiten zetten voor de vogeltjes of een tekening maken voor opa. Ik kwam op het idee omdat ik vroeger altijd aftelde tot Kerstmis met een adventskalender.’

‘Mijn kinderen moeten geloven omdat ze het zelf willen en niet omdat mama, papa of een ander familielid het doet. Dat kerstgevoel dat ik nu heb voor en tijdens de ramadan, wil ik mijn kinderen ook heel graag bijbrengen. Dat komt denk ik omdat ik zelf uit gevoel het geloof in ben gegaan. De liefde voor het geloof moet er zijn. Als dat gevoel er is, komt de rest vanzelf.’