Ga naar inhoud

Een afspraak? Kom met (1 kind en) 1 volwassene! Vergeet ook je mondkapje niet. Lees alles over onze aangepaste dienstverlening door het coronavirus.

Lees meer Afbeelding sluiten

                                  Vaccinaties voor kinderen van 9 jaar 2020

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, onderdeel van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Vaccinaties voor kinderen van 9 jaar

Rijksvaccinatieprogramma

Bescherm je kind tegen ernstige infectieziekten

Op 9-jarige leeftijd krijgt je kind vaccinaties tegen de bof, mazelen en rodehond (BMR), en tegen difterie, tetanus en polio (DTP). Deze twee vaccinaties zorgen voor een goede, langdurende bescherming tegen deze ziekten. Vaccinatie tegen kinkhoest, pneumokokken en hib-ziekten is niet meer nodig.

Een vanzelfsprekende keuze

Bijna alle kinderen in Nederland worden gevaccineerd tegen ernstige infectieziekten. Daarom komen deze ziekten nauwelijks meer voor. Toch is vaccineren verstandig, want als we stoppen met vaccineren komen de ziekten terug. Met een vaccinatie bouwt het lichaam van je kind afweer op tegen ziekmakende bacteriën en virussen. Hij of zij is beschermd tegen het krijgen van de ziekte en complicaties van die ziekte. Ook kan je kind anderen niet besmetten. Dat is ook heel belangrijk voor kinderen die (nog) niet gevaccineerd zijn. Bijvoorbeeld omdat zij te jong zijn of door een ziekte niet gevaccineerd kunnen worden.

Gezonde start in het leven

We vinden het belangrijk dat kinderen een gezonde start in het leven krijgen. Als zuigeling, kleuter én als ouder kind. Daarom bieden alle landen van de wereld kinderen vaccinaties aan. Ieder land heeft een eigen vaccinatieschema. Al deze schema’s lijken erg op elkaar.

Veilig en betrouwbaar

Voordat een vaccin mag worden gebruikt, is het uitgebreid getest. Dat gebeurt net als bij andere medicijnen. Alleen als duidelijk is dat een vaccin werkt en veilig is, mag het gebruikt worden. Bij medicijnen voor kinderen is deze controle zelfs nog strenger. Ook tijdens het gebruik wordt de veiligheid van vaccins in de gaten gehouden. Dat gebeurt niet alleen in Nederland, maar over de hele wereld.

Tips bij bijwerkingen

Vaccinaties kunnen bijwerkingen geven. Dat komt omdat vaccinaties de afweer van het lichaam aan het werk zetten. Deze bijwerkingen zijn meestal mild en gaan vanzelf over. Een lichte koorts na de vaccinatie komt het meest voor. Ook de plek waar de prik is gegeven, kan wat rood of dikker worden. Als je kind last heeft van de bijwerkingen, mag je het een paracetamol geven. Heftige bijwerkin­gen zijn heel zeldzaam. Maak je je zorgen, omdat je kind heel erg ziek is of na enkele dagen nog hangerig of koortsig blijft? Neem dan contact op met de huisarts.

Veiligheid van de kinderen voorop

Inge (41) vindt vaccineren een gezonde en logische keuze

Liefde, plezier en veiligheid. Met die waarden willen Inge en haar man Rogier hun drie kinderen – Yanne (8), Mischa (6) en Noah (3) – grootbrengen. Vaccineren hoort daar gewoon bij, net als school, zwemles en gezonde voeding. Ze vinden het goed voor hun eigen gezin. Én voor de kinderen van andere ouders. Vaccinatie is belangrijk voor de bescherming van iedereen.

Lees het verhaal van Inge en haar drie kinderen op rijksvaccinatieprogramma.nl/inge.

Bijwerking melden

Je kunt een bijwerking van een vaccinatie melden bij de arts of verpleegkundige die de vaccinatie gegeven heeft. Zij geven de bijwerking door aan Bijwerkingencentrum Lareb. Je kunt ook zelf bij Lareb de bijwerking melden. Dat kan via de website rijksvaccinatieprogramma.nl.

Bof

Bof is een infectie van onder andere de speekselklieren. Daarom hebben kinderen met bof een dikke wang en nek. Soms ontstaat hersenvliesontsteking.

Mazelen

Mazelen is een vlekjesziekte met hoge koorts en huiduitslag. Vaak ontstaat oorontsteking en soms longontsteking of hersenontsteking die dodelijk kan aflopen. Mazelen is heel besmettelijk.

Rodehond

Rodehond is ook een vlekjesziekte, maar veel minder ernstig dan mazelen. De ziekte is tijdens de zwangerschap gevaarlijk voor de ongeboren baby. De baby kan met ernstige afwijkingen worden geboren. Om te voorkomen dat zwangere vrouwen besmet kunnen raken, worden zowel meisjes als jongens tegen rodehond ingeënt.

Difterie

Difterie is een ernstige keelontsteking. Kinderen die difterie hebben, kunnen stikken.

Tetanus

Tetanus leidt tot verkramping van de spieren. Zonder behandeling is tetanus dodelijk. Tetanus is niet besmettelijk. Een kind kan tetanus krijgen als het wordt gebeten door een (huis)dier of als er straatvuil in een wond komt.

Polio

Kinderverlamming of polio leidt tot blijvende verlammingen van benen, armen en/of ademhalingsspieren.

  • Met 3 maanden krijgt je kindje 1 vaccinatie tegen difterie, kinkhoest, tetanus, polio, hib-ziekte en hepatitis B
  • Met 5 maanden krijgt je kindje weer 2 vaccinaties tegen difterie, kinkhoest, tetanus, polio, hib-ziekte, hepatitis B en tegen pneumokokken
  • Met 11 maanden krijgt je kindje weer 2 vaccinaties tegen difterie, kinkhoest, tetanus, polio, hib-ziekte, hepatitis B en tegen pneumokokken
  • Als je kindje 14 maanden is krijgt het de eerste vaccinatie tegen bof, mazelen en rodehond en een vaccinatie tegen meningokokkenziekte.
  • Wordt je kind 4 jaar, dan krijgt het opnieuw een uitnodiging voor een vaccinatie tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio.
  • Als je kind 9 jaar wordt, krijgt het een uitnodiging voor 2 vaccinaties. Een tegen bof, mazelen en rodehond. De ander tegen difterie, tetanus en polio.
  • Meisjes krijgen in het jaar dat ze 13 worden een uitnodiging voor een vaccinatie tegen het HPV-virus dat baarmoederhalskanker kan veroorzaken. Een half jaar later krijgen ze hiervoor nog een vaccinatie.
  • Jongeren van 14 jaar krijgen een uitnodiging voor een vaccinatie tegen meningokokkenziekte.

Extra DKTP-Hib-HepB vaccinatie op de leeftijd van 2 maanden.

Een kind krijgt een extra vaccinatie bij 2 maanden als moeder niet gevaccineerd is tegen kinkhoest tijdens de zwangerschap, en in bijzondere situaties. De jeugdarts bespreekt dit met je.

Zijn deze prikken nog wel nodig?

Voor sommige infectieziekten zijn meerdere vaccinaties nodig om goed beschermd te zijn tegen de ziekte. Voor de DTP-vaccinatie geldt dat de werking van een vaccin na een aantal jaar minder wordt. Bij de vaccinatie tegen bof, mazelen en rodehond is een tweede inenting nodig.

De eerste vaccinatie die kinderen met 14 maanden hier­tegen krijgen, biedt namelijk niet bij alle kinderen voldoende bescherming.

Vaccin en bijsluiter

Wil je weten wat er in de vaccins zit die je kind krijgt? Op de website van het Rijksvaccinatieprogramma vind je alle bijsluiters van de verschillende vaccinaties. Kijk op rijksvaccinatie­programma.nl/bijsluiters.

Mijn kind is ziek

Heb je een uitnodiging gekregen, maar is je kind ziek? Overleg dan vooraf met de arts die de vaccinatie geeft of de vaccinatie uitgesteld moet worden. Ook als je kind medicijnen gebruikt, is het verstandig vooraf te overleggen.

In gesprek met de jeugdgezondheidszorg

Op de website rijksvaccinatieprogramma.nl vind je meer informatie over de verschillende infectieziekten, vaccinaties en bijwerkingen. Helaas is er ook veel foute informatie te vinden op internet. Daarom kun je voor vragen over vaccinaties en ziekten altijd terecht bij de arts of verpleegkundige van je consultatiebureau, het Centrum voor Jeugd en Gezin of de GGD in je regio.

Mijn kind is bang voor de prikken

Kinderen van 9 jaar vinden prikken soms eng en vervelend. Daar kunnen wij niets aan veranderen. Je kind krijgt beide prikken tegelijk. Iedere prik in een andere arm. Daardoor duurt het prikmoment zelf maar kort. Een enkele keer kunnen kinderen van 9 jaar van de spanning flauwvallen. Soms krijgt je kind na de vaccinatie een stijve, pijnlijke arm. Dit gaat vanzelf over. Als het nodig is kun je paracetamol geven.

Vaccinaties buiten het Rijksvaccinatieprogramma

Er zijn ook vaccins die niet in het Rijksvaccinatieprogramma zitten. Je kunt je kind, of jezelf, ook laten inenten met die vaccins. Je moet ze dan wel zelf betalen. Als je dit wil, kun je dit overleggen met je huisarts of een vaccinatiecentrum. Je kunt deze vaccins niet krijgen op het consultatiebureau. Op rivm.nl/vaccinaties lees je meer over de vaccins die in Nederland verkrijgbaar zijn. Ga je met je kind een (verre) reis maken? Informeer dan bij een bureau voor reizigersvaccinatie (GGD) of er extra vaccinaties nodig zijn.

Gegevens over de vaccinatie

Het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) informeert ouders over de vaccinaties. Dat begint bij de uitnodiging voor de 22 weken­prik die zwangeren ontvangen. Kort na de geboorte krijgen ouders een envelop met inentingskaarten voor alle inentingen totdat het kind 14 maanden is. Als een kind 4 en 9 jaar is, ontvangen ouders opnieuw een uitnodiging voor een volgende vaccinatie. Meisjes krijgen in het jaar dat ze 13 worden ook een uitnodiging voor de vaccinaties tegen baarmoederhals­kanker. Jongens en meisjes krijgen in het jaar dat ze 14 worden een uitnodiging voor een vaccinatie tegen meningokokkenziekte.

De vaccinaties worden op drie plaatsen vastgelegd: in het dossier van de jeugdgezondheidszorg, op het vaccinatiebewijs van het kind en langdurig landelijk bij het RIVM.

Het RIVM gebruikt de gegevens om de kwaliteit van het programma en de vaccins continu te meten, om herinneringen te kunnen sturen, om kopieën van het vaccinatiebewijs te kunnen verstrekken en om vast te stellen welk percentage van de kinderen in Nederland ingeënt is. Als een infectieziekte uitbreekt, is het namelijk heel belangrijk om te weten welke kinderen beschermd zijn. Zo wordt duidelijk of er kans op verspreiding is en of speciale maatregelen nodig zijn.

Dit is een publicatie van:

Rijksinstituut voor Volksgezondheid

en Milieu

Postbus 1 | 3720 BA Bilthoven

www.rivm.nl

januari 2020

De zorg voor morgen begint vandaag