Praten met een brugklasser: Gregory

De derde keer dat ik in klas 1B kom om leerlingen te spreken hoor ik dat Gregory alwéér ziek is. Toeval? Ik vraag het na bij de mentor en besluit dan te bellen. Zijn moeder bevestigt dat hij blijft kwakkelen. Echt duidelijk is ze niet. Ze weet het ook niet zo goed, en na wat doorvragen zegt ze dat ze zich geen raad weet. Hij is de afgelopen maand maar een paar dagen op school geweest. “Hij klaagt over buikpijn, maar hij eet me arm”, zegt ze, half lachend. Ze kan hem niet goed aan. Hij ligt niet ziek op bed, maar brengt de dagen gamend door. En leren? Nou, nee. Vader was veel in het buitenland voor zijn werk het afgelopen jaar en bemoeit zich weinig met hem.

Hij ligt niet ziek op bed, maar brengt de dagen gamend door.

Een goede aanleiding voor een huisbezoek, denk ik. Moeder is meteen akkoord. Als ik binnenkom ligt de ‘zieke’ zowaar op bed. Hij durft zich niet aan me te laten zien. Onder de indruk dat de schoolverpleegkundige persoonlijk langs komt? In de huiskamer spreek ik met moeder af dat ze met hem naar de huisarts gaat. Ze geeft me toestemming om met hem te overleggen. Moeder ondertekent het formulier dat ik bij me heb. Maar ik wil graag dat Gregory zelf ook tekent. Ik kondig mijn komst aan bij zijn slaapkamerdeur. Een penetrante zweetlucht trotserend waag ik me binnen in het schemerdonker. Op het bureau onder zijn bed zie ik twee grote beeldschermen. Alleen een warrig achterhoofd steekt boven het dekbed uit.

Mijn betoog tegen dat achterhoofd dat ik met hem wil meedenken hoe hij de draad weer kan oppakken op school slaat na enig volhouden aan. Het vragen om een handtekening toont ook wel enig respect, denk ik zelf. Maar dan draait hij zich om en krast met overslaande puberstem: “Maar ik heb nog geen handtekening, mevrouw!”

Fijne man, deze huisarts

Later die week spreek ik de huisarts. Uit bloedonderzoek is geen duidelijke verklaring voor de klachten gekomen, vertelt hij. Wat vitamine D-tekort. Dat hebben velen in de winter. Geen bloedarmoede, maar het ijzergehalte is aan de lage kant. Daar blijf je geen weken voor thuis. We spreken af dat Gregory er pillen voor krijgt. Ook al kan je die zonder recept kopen, verpakt met een stevige toespraak van de dokter zullen ze hopelijk effect hebben. Zeker als Gregory er iedere keer voor terug moet komen als hij weer ‘ziek’ is. En hij moet natuurlijk meer naar buiten… We begrijpen elkaar. Fijne man, deze huisarts.

De week erop zie ik Gregory weer in de klas. Omdat hij veel moet inhalen sla ik hem nu even over. Zijn brede grijns doet vermoeden dat de pillen van de huisarts hun werk doen.

Praten met een brugklasser

Het CJG volgt ieder kind, vanaf de geboorte tot het jaar waarin het 18 wordt. Onderdeel hiervan is een gesprek dat de jeugdverpleegkundige op school heeft met iedere brugklasser: hoe gaat het, zowel geestelijk, lichamelijk als sociaal? In de serie ‘Praten met een brugklasser’ vertelt jeugdverpleegkundige Tita van der Pot over deze gesprekken die zij al 8 jaar geregeld voert. Haar ervaringen zijn geanonimiseerd.

Eerder gepubliceerde blogs