Praten met een brugklasser: Lise

Door de jaren heen hebben de nodige leerlingen een traantje gelaten tijdens hun gesprek met mij. Maar nog nooit huilde iemand zo snel als Lise. We hebben amper twee zinnen gewisseld en haar tranen stromen al. Ik was een klein beetje voorbereid: van de mentor wist ik al dat ze op de basisschool gepest is. Ook bleek uit haar vragenlijst dat ze niet goed in haar vel zit. De ontlading is enorm; ze kan bijna niets zeggen zonder een nieuwe golf snikken en tranen.

Lise aarzelt. En zegt dan duidelijk: ‘Omdat ik dood wil’

Het is me snel duidelijk dat er voor Lise meer nodig is dan een paar gesprekken met mij. Daarom probeer ik niet uitgebreid de oorzaak van al die tranen bloot te leggen. Dat lijkt me iets voor een specialist: een psycholoog. Ik probeer haar wat inzicht te geven in wat zo iemand haar kan bieden. Ze kan er naar luisteren tussen de snikken door, en zegt dan: “En weten mijn ouders daar dan van?” Ik leg uit dat een psycholoog net als ik beroepsgeheim heeft. Maar dat het volgen van de therapie niet buiten medeweten van haar ouders kan, niet op haar leeftijd tenminste. Dat lijkt voor haar een breekpunt: “Mijn moeder maakt zich dan veel te veel zorgen, en zegt dan steeds de verkeerde dingen, als ze weet waarom ik naar een psycholoog ga.” We komen tot de kern. Ik haak in: “Wat zou de reden dan precies zijn?” Lise aarzelt, en zegt dan duidelijk: “Omdat ik dood wil”.

Ze is bang voor de bezorgdheid van haar ouders. Lise vindt het gelukkig goed dat ik de schoolmaatschappelijk werkster erbij haal. Samen komen we tot het volgende plan waarin Lise zich kan vinden: We vertellen haar ouders dat we ons zorgen maken over Lise, en dat we liever in het midden laten, op verzoek van Lise, wat die zorgen dan precies zijn.

Lisa’s moeder maakt zich grote zorgen

Ik vind de moeder van Lise een wijze vrouw. Ze begrijpt en accepteert dat haar 13-jarige geheimen heeft en die liever deelt met een onbekende. Ze heeft grote zorgen om haar dochter, en stemt in met therapie. Lise gaat met de schoolmaatschappelijk werkster naar de huisarts om een verwijsbrief voor de psycholoog te halen.

Inmiddels is de therapie gestart. Zoiets kost tijd. Af en toe kom ik Lise tegen in de gang, en probeer ik haar gezicht te lezen. Veel wijzer word ik daar niet van. Met een klein lachje en een blik van verstandhouding moet ik genoegen nemen bij dit meisje. Ik kan alleen maar hopen dat er voor haar betere tijden zullen aanbreken.

Praten met een brugklasser

Het CJG volgt ieder kind, vanaf de geboorte tot het jaar waarin het 18 wordt. Onderdeel hiervan is een gesprek dat de jeugdverpleegkundige op school heeft met iedere brugklasser: hoe gaat het, zowel geestelijk, lichamelijk als sociaal? In de serie ‘Praten met een brugklasser’ vertelt jeugdverpleegkundige Tita van der Pot over deze gesprekken die zij al 8 jaar geregeld voert. Haar ervaringen zijn geanonimiseerd.

Eerder gepubliceerde blogs