Praten met een brugklasser: Sophie

Hee, Sophie, die ken ik! denk ik bij mezelf. Ik zag haar eerder op haar basisschool, waar ik ook de verpleegkundige van ben. Sophie was toen een heel stevig meisje om het maar zo te zeggen. Oftewel: obees. Al sinds haar vijfde. Haar ouders hebben destijds begeleiding gehad, eerst van een diëtist en later ook van een pedagoog van het CJG. De kleine Sophie had meer structuur en grenzen nodig. Vooral haar moeder had de neiging om haar snel haar zin te geven, maar ze zag wel in dat ze Sophie daar niet mee hielp.

Ze herkent me niet. Of doet alsof

Nu is Sophie groot. En nog steeds behoorlijk stevig. Ze herkent me niet bij binnenkomst. Of doet alsof. Ze lijkt niet aan onze eerdere contacten te willen worden herinnerd, en ontwijkt mijn opmerking daarover. Ik stel haar vragen over haar gezondheid. Ze heeft op de vragenlijst daar geen bijzonderheden over ingevuld. “En voel jij je ook gezond?” vraag ik, zoals ik wel vaker aan leerlingen vraag. Ik zie haar blik verstarren, ze kleurt rood tot in haar nek. “Ja”, zegt ze afgemeten. “Gewoon. Ik ben weinig ziek.”

Die starheid wordt nog groter als ik op de lijst de vraag Ben je tevreden over je gewicht? aanwijs met mijn pen. Sophie heeft daar ja aangekruist. “Het boeit me echt niet. Vroeger wel, maar het is wel goed zo.” Haar mond is een streep, haar gezichtsuitdrukking komt niet overeen met wat ze zegt. Ik laat het maar even.

Het lijntje van de grafiek gaat naar beneden

Ze wil wel op de weegschaal. Als ik haar ook gemeten heb en alles in de computer staat, laat ik haar zien dat ze een enorme groeispurt in de lengte heeft gehad. Haar gewicht is ook wel gestegen, maar haar BMI, de verhouding van lengte en gewicht, is gedaald. Het lijntje van de grafiek gaat naar beneden in plaats van omhoog.

Dat visuele effect komt vaak erg binnen bij kinderen. Ook bij Sophie. Haar ogen worden vochtig, en nu lacht ze een beetje “Je bent nog wel wat te zwaar, maar het gaat de goede kant op zeg!” kan ik haar blij vertellen. De grafiek zegt niet alleen iets over nu, maar ook over de afgelopen tijd. Dat begrijpen kinderen eigenlijk altijd heel goed. Op mijn vraag waardoor ze denkt dat dit gekomen is, zegt ze zacht: “Ik drink alleen nog maar water. Geen sap en siroop meer. En ik heb nu een hond, daar loop ik vaak mee.” We praten nog een tijdje. Haar mond is geen streep meer.

Ze aarzelt lang als ik haar vraag of ze nog vervolgafspraken met me wil. We spreken af dat ik haar zal mailen over een paar maanden. Ik ben benieuwd of ik dan antwoord van haar zal krijgen.

Praten met een brugklasser

Het CJG volgt ieder kind, vanaf de geboorte tot het jaar waarin het 18 wordt. Onderdeel hiervan is een gesprek dat de jeugdverpleegkundige op school heeft met iedere brugklasser: hoe gaat het, zowel geestelijk, lichamelijk als sociaal? In de serie ‘Praten met een brugklasser’ vertelt jeugdverpleegkundige Tita van der Pot over deze gesprekken die zij al 8 jaar geregeld voert. Haar ervaringen zijn geanonimiseerd.

Eerder gepubliceerde blogs