Waarom het Rijksvaccinatieprogramma?

Doel van het Rijksvaccinatieprogramma

De ziekten waartegen het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) beschermt, vormden tot de jaren 50 een groot probleem voor de volksgezondheid. De verbeterde hygiëne en bijvoorbeeld de aanleg van riolering hebben de uitbraak van infectieziekten al voor een groot deel beperkt. Sinds in 1957 het RVP is ingevoerd zijn veel van die ziektes bijna helemaal verdwenen. De pokken zijn zelfs helemaal verdwenen, zodat daar niet meer tegen gevaccineerd hoeft te worden. Door al deze maatregelen vergeten we bijna hoe ernstig de ziektes zijn en hoeveel leed vaccinaties voorkomen.

Er zijn 2 redenen om te vaccineren:
1. bescherming van het kind zelf (individuele bescherming)
2. tegengaan van verspreiding van de ziektes (groepsbescherming)

Niet alle vaccinaties beschermen voor 100% en voor de meeste ziektes is meer dan één prik nodig om voldoende beschermd te zijn. Daarom is de groepsbescherming (of groepsimmuniteit) voor iedereen van belang. Alleen als die hoog genoeg is (rond 95%), zijn ook diegenen beschermd, die niet gevaccineerd kunnen of mogen worden. Denk hierbij aan kinderen die nog te jong zijn en kinderen die behandeld worden tegen kanker of een immuunziekte hebben.

Rijksvaccinatieschema in Nederland

Bekijk hier het standaard vaccinatieschema.

In andere landen wordt er ook gevaccineerd, alleen niet altijd tegen dezelfde ziektes en niet altijd even goed.

Ben je op deze pagina gekomen door op een link te klikken? Wellicht is het dan interessant om eerst de startpagina van onze vaccinatie themapagina te lezen.